X

Veel gestelde vragen

  • Wat is de status van bevrijdingsdag, 5 mei? Hebben werknemers dan recht op een vrije dag?
    • Sinds 1990 is 5 mei door de overheid aangewezen als nationale feestdag. Daarbij is de oproep gedaan om 5 mei als jaarlijkse vrije dag met behoud van loon aan te merken. De STAR heeft echter de aanbeveling uit de jaren vijftig gehandhaafd om alleen in lustrumjaren op 5 mei vrijaf te geven.
      In de CAO is afgesproken dat 5 mei alleen in lustrumjaren (eindigend op een 0 of 5) een vrije dag is.

  • Waar kan ik terecht met vragen over mijn pensioen?
    • Met specifieke vragen over uw pensioen kunt u contact opnemen met Syntrus Achmea: 088 - 008 40 70 of kijk op www.vlep.nl

  • Moet er over eindejaarsuitkering ook vakantietoeslag worden betaald?
    • In de sector was hier een aantal jaren geleden veel onduidelijkheid over en uiteindelijk is een uitspraak van de Vaste Commissie Vleessector nodig geweest om duidelijkheid te scheppen. In de uitspraak van 21 maart 2003 is bepaald dat de eindejaaruitkering geen gratificatie uitkering is en dat deze meegenomen dient te worden in de grondslag van het jaarinkomen, conform artikel 31 lid 2 van de CAO Vleessector. Om te voorkomen dat er dubbel vakantietoeslag betaald wordt is in artikel 27 lid 1 van de CAO de vakantietoeslag uitgezonderd. Dit is vergelijkbaar met het bepaalde in artikel 27 lid 1 van de CAO dat de toeslag zelve is uitgezonderd. Anders zou de eindejaarsuitkering ook nog een keer over de eigen toeslag moeten worden berekend.

Compensatie transitievergoeding

03-04-2017  |

Minister Asscher heeft 23 maart een wetsvoorstel ingediend dat bepaalt dat de werkgever gecompenseerd wordt voor de betaalde transitievergoeding bij beëindiging van de arbeidsovereenkomst na langdurige arbeidsongeschiktheid.Daarnaast wijzigt volgens het voorstel ook de mogelijkheid om bij cao van de transitievergoeding af te wijken, zij het dat dat alleen mogelijk is bij ontslag om bedrijfseconomische redenen. De beoogde ingangsdatum van de compensatie voor de transitievergoeding is 1 januari 2019 (met terugwerkende kracht tot 1 juli 2015), en van de gewijzigde afwijkingsmogelijkheid bij cao 1 januari 2018. 
Het is nog afwachten of de nieuwe Tweede Kamer het voorstel in behandeling zal nemen, of controversieel zal verklaren totdat er een nieuwe regering is.

Compensatie voor de transitievergoeding bij ontslag wegens langdurige arbeidsongeschiktheid
(artikel 7.673e BW)

Achtergrond
Beëindiging van de arbeidsovereenkomst wegens langdurige arbeidsongeschiktheid ontslaat de werkgever niet van zijn verplichting om een transitievergoeding te betalen. Dit wordt vaak als onrechtvaardig ervaren omdat de werkgever voorafgaand daaraan (veelal) gedurende twee jaar het loon heeft doorbetaald en re-integratiekosten heeft gemaakt. Daarom worden volgens het voorstel werkgevers gecompenseerd voor (in beginsel) de betaalde transitievergoeding, zij het met een zekere aftopping.

Het voorstel op hoofdlijnen
• Voor de transitievergoeding die de werkgever heeft betaald bij ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid ontvangt hij een vergoeding van het UWV.
• Niet van belang is hoe de werkgever de arbeidsovereenkomst beëindigt. Ook bij een beëindiging met wederzijds goedvinden (beëindigingsovereenkomst) ontvangt hij de vergoeding. Deze zal echter niet hoger zijn dan de transitievergoeding die de werkgever verschuldigd was als hij had opgezegd.
• Hij ontvangt de vergoeding ook als een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd niet wordt verlengd, er een transitievergoeding verschuldigd is, en de werknemer bij het einde van rechtswege ziek is.
• De vergoeding is in beginsel gelijk aan de betaalde transitievergoeding, verhoogd met eventuele transitie- of inzetbaarheidskosten die op de transitievergoeding in mindering zijn gebracht (maar die de werkgever dus wel heeft betaald).
• De vergoeding is niet hoger dan het bruto loon dat de werkgever heeft betaald tijdens de ziekte. Reden hiervoor is dat de compensatie alleen bedoeld is om het cumuleren van loon- en re-integratiekosten tijdens ziekte met die van de transitievergoeding te voorkomen. Als er geen loondoorbetalingsplicht meer is, is er ook geen sprake van cumulatie.
• Om dezelfde reden vindt er ook geen compensatie plaats voor het gedeelte van de betaalde transitievergoeding dat is opgebouwd na de eerste 24 maanden van de ziekte.
• Voor zover er sprake is van een verlengde loondoorbetalingsplicht na de eerste 24 maanden, telt die periode niet mee bij de berekening van de hoogte van de compensatie. Reden is dat de als gevolg hiervan hogere transitievergoeding dan aan de werkgever zelf te wijten.
• Als sprake is van elkaar opvolgende tijdelijke contracten bij verschillende elkaar opvolgende werkgevers, telt alleen het loon tijdens ziekte mee dat betaald is door de werkgever die een transitievergoeding verschuldigd is.
• Bij ministeriële regeling zullen regels worden gesteld met betrekking tot de aanvraag en verstrekking van de compensatie. Het gaat om regels met betrekking tot de procedure van het aanvragen, waaronder de termijn waarbinnen de aanvraag moet plaatsvinden. Gedacht wordt aan een termijn van zes maanden nadat de werkgever een contractuele of transitievergoeding heeft betaald. UWV zal t.z.t. een aanvraagformulier beschikbaar stellen waaruit blijkt welke informatie de werkgever moet aanleveren.
• De verstrekking van de compensatie (inclusief uitvoeringskosten) vindt plaats vanuit het Algemeen werkloosheidsfonds (Awf), waar een verhoging van de (uniforme) premie tegenover zal staan. Als gevolg van het voorstel zal de Awf-premie in verband met de terugwerkende kracht tot 1 juli 2015 in 2019 worden verhoogd met ongeveer 0,5%. Structureel zal de Awf-premie met ca. 0,1% worden verhoogd.
• In het voorstel wordt voor het recht op de compensatie geen onderscheid gemaakt tussen werkgevers die bijdragen aan het Awf, en werkgevers die dat niet doen (eigen risicodragers).
• Overgangsrecht: de compensatie geldt ook indien op grond van het huidige artikel 7:673b BW een gelijkwaardige voorziening is verstrekt. Die compensatie is dan niet hoger dan het bedrag aan transitievergoeding dat een werkgever verschuldigd zou zijn als geen sprake was geweest van een gelijkwaardige voorziening.

Geen transitievergoeding bij een vervangende cao-regeling bij bedrijfseconomisch ontslag 
(artikel 7:673b BW)

Achtergrond
Volgens artikel 7:673b BW kunnen bij cao voorzieningen worden getroffen die in de plaats komen van de wettelijk verschuldigde transitievergoeding. Voorwaarde daarbij is momenteel echter dat de gekapitaliseerde waarde van de betreffende voorzieningen gelijkwaardig is aan hetgeen de individuele werknemer aan transitievergoeding zou ontvangen. Dit kan een belemmering zijn om bij ontslagen om bedrijfseconomische redenen te komen tot collectieve afspraken die recht doen aan de specifieke situatie van een sector of onderneming, of om te komen tot collectieve (sectorale) afspraken over van werk naar werk, bijvoorbeeld met gebruikmaking van hiervoor in te richten mobiliteitscentra. Voorts kan het voorschrift een belemmering zijn vanuit kostenoptiek, althans in die gevallen waar een sector vooral bestaat uit kleine werkgevers voor wie de marges toch al smal zijn.

Het voorstel op hoofdlijnen
• Bij cao kan worden bepaald dat geen transitievergoeding verschuldigd is bij indien de werknemer op grond van die cao recht heeft op voorzieningen die bestaan uit maatregelen om werkloosheid te voorkomen of in duur te beperken, of uit een redelijke financiële vergoeding. Een combinatie van beide is uiteraard ook mogelijk. De (gekapitaliseerde) waarde van dergelijke voorzieningen hoeft niet gelijkwaardig te zijn aan de transitievergoeding waar een individuele werknemer recht op zou hebben gehad.
• Anders dan bij de huidige regeling is de afwijkingsmogelijkheid beperkt tot ontslag om bedrijfseconomische redenen, waaronder ook ontslag wegens bedrijfsbeëindiging valt.
• Het is aan partijen om te bepalen wat de specifieke inhoud en omvang van de rechten op grond van een cao zullen zijn. Voor zover daarbij onderscheid wordt gemaakt tussen werknemers zal een dergelijk onderscheid in overeenstemming moeten zijn met het beginsel van gelijke behandeling. Het is in eerste instantie aan cao-partijen om hierover te oordelen en uiteindelijk aan de rechter als in een individueel geval hierover een geschil ontstaat.
• Het is ook aan cao-partijen om te bepalen door wie voorzieningen verschuldigd zijn. Dat hoeft niet de individuele werkgever te zijn maar kan bijvoorbeeld ook een fonds zijn waar werkgevers een (jaarlijkse) bijdrage aan leveren.
• In de cao moet uitdrukkelijk zijn bepaald dat de transitievergoeding niet verschuldigd is. Dat betekent ook dat bij cao’s waarin op de datum van inwerkingtreding van de wijziging een niet gelijkwaardige voorziening is opgenomen, het gewijzigde artikel 7:673b BW slechts van toepassing wordt wanneer cao-partijen daarbij uitdrukkelijk bepalen dat dit ertoe leidt dat de transitievergoeding niet verschuldigd is.
• Overgangsrecht: als in een lopende cao een gelijkwaardige voorziening is opgenomen bij een ontslag om persoonlijke redenen waardoor het recht op transitievergoeding is komen te vervallen, blijft deze regeling geldig tot het einde van de looptijd van de cao.

• Download de tekst van het wetsvoorstel 

« Ga naar het overzicht


ContactPostbus 61 - 2700 AB - Zoetermeer