Iedereen verdient een veilige werkplek
De sociale partners in de Vleessector en de Vleeswarenindustrie hechten grote waarde aan veilig en gezond werken. Een... lees meer »
De sociale partners in de Vleessector en de Vleeswarenindustrie hechten grote waarde aan veilig en gezond werken. Een... lees meer »
Op dinsdagmiddag 27 januari 2026 vindt er een bijzondere Arbomiddag plaats voor professionals uit de Vlees- en... lees meer »
Werkgevers- en werknemersorganisaties maken samen met het bestuur van VLEP ieder jaar afspraken over de... lees meer »
De Eerste Kamer heeft vandaag het wetsvoorstel van minister Asscher van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) waarmee het minimumjeugdloon in stappen zal worden afgeschaft vanaf 21 jaar aangenomen.
Jongeren verdienen een eerlijke kans in de samenleving. Het kabinet en sociale partners vinden dat daar een fatsoenlijk loon bij hoort. De huidige vormgeving van het minimumjeugdloon past niet meer bij de arbeidsmarkt en inkomenspositie van werkende jongeren. Ook loopt Nederland internationaal uit de pas. De komende jaren gaat het minimumjeugdloon daarom in stappen omhoog, zodat jongeren van 21 jaar het minimumloon (WML) gaan verdienen.
Het loon van jongeren van 18, 19 en 20 zal meestijgen om het risico te beperken dat de verschillende leeftijden een rol gaan spelen bij het aannemen van mensen. Om baanverlies te voorkomen, neemt het kabinet compenserende maatregelen. Daarnaast wordt de stukloonbepaling gewijzigd. Betaling op basis van stukloon blijft mogelijk, maar werknemers gaan ten minste het WML verdienen. Ook vallen alle meerwerk-uren voortaan onder het WML.