X

Besloten ruimten

Datum laatste wijziging: 06-01-2021

Intro / algemeen

Een besloten ruimte is een ruimte met een beperkte ventilatie maar die wel betreden kan worden en waar een gevaar is voor vergiftiging, bedwelming, verstikking, brand of  explosie. In zo’n besloten ruimte is vaak, maar niet altijd  een vernauwde toegang. Toch wordt er af en toe gewerkt in besloten ruimten, bijvoorbeeld voor inspecties, reparaties en onderhoud.

In de sectoren vlees en vleeswaren gaat het vaak om werkzaamheden door de technische dienst en schoonmakers in pompputten, verdovingsputten, tanks, silo’s, tankwagens, plafondruimtes en kruipruimtes. Werkzaamheden in silo’s en tanks vinden doorgaans plaats door medewerkers van externe bedrijven.
Daarnaast kan er ook een gevaar zijn voor vergiftiging, bedwelming, verstikking, brand of explosie in open ruimten. Zie daarvoor de richtlijnen ‘Technische gassen in bedrijfsruimten’ en ‘Veilig werken met gevaarlijke stoffen’.

Links

Risico

Bij het werken in besloten ruimten kan gezondheidsschade of letsel optreden door: 

  • Vergiftiging, bedwelming en verstikking: door aanwezige gassen, een te laag zuurstofgehalte of door het vrijkomen van gassen bij lassen en branden;
  • Brand- en explosiegevaar door lassen en branden, gebruik van gereedschap en verlichting die niet explosieveilig zijn;
  • Beknelling door bewegende delen in de besloten ruimte zoals roerwerk of transportsysteem;
  • Elektrocutie in geleidende ruimte;
  • Vallen, uitglijden en letsel door vallende voorwerpen.

Eisen

Om veilig te kunnen werken in besloten ruimten dient aan de volgende eisen te zijn voldaan:

Algemeen

  • Ga bij alle werkzaamheden in een besloten ruimte na of het werkelijk nodig is daar te werken. Door bijvoorbeeld voor een andere technologische oplossing te kiezen kan misschien het werken in de besloten ruimte beperkt of zelfs voorkomen worden. Of voer waar mogelijk werkzaamheden voor een gedeelte buiten de besloten ruimte uit.
  • Leg de specifieke gevaren vast per besloten ruimte waar gewerkt wordt door middel van een risicobeoordeling. Leg ook steeds vast welke maatregelen nodig zijn voor een veilige werkwijze. Bijvoorbeeld waar alleen op basis van een werkvergunning gewerkt mag worden, welke procedures gelden en welke PBM`s vereist zijn: veiligheidsschoenen, veiligheidshelm, veiligheidsbril, beschermende kleding, adembescherming, handschoenen (afhankelijk van aard risico’s).
  • Markeer elke besloten ruimte met een sticker met deze pictogrammen

  • Zet de toegang tot een besloten ruimte met val- of struikelgevaar, zoals een kruipluik, af met een doelmatige afzetting. Plaats bij werkzaamheden in een besloten ruimte een waarschuwingsbord. 
  • Werkzaamheden in besloten ruimten waar Vergiftiging, Bedwelming en Verstikking kan voorkomen of waar Brand- en Explosiegevaar is (VBVBE) komen in de sector beperkt voor. Denk bijvoorbeeld aan verstikkingsgevaar in de verdovingsput in een slachterij. Soms is er ook elektrocutiegevaar in geleidende ruimte.
    Als een van de bovenstaande risico’s mogelijk is in een besloten ruimte is het zaak om hier een zorgvuldige risicobeoordeling van te maken, inclusief zuurstof- en gasmetingen en te werken met een werkvergunning.
  • Zorg daarnaast dat de besloten ruimte die betreden moet worden vóór de betreding altijd schoon wordt opgeleverd:
    • Installatie/leiding schoon opleveren indien mogelijk, waarbij dit gedaan moet worden zonder betreding van de ruimte;
    • Afschakelen/vergrendelen/borgen van bewegende delen (LoToTo, zie voor meer informatie de richtlijn Aanpak Machineveiligheid);
    • Afdichten van leidingen door blinden of fysiek scheiden (LoToTo);
    • Toepassen van luchtverversing vóór betreden door blazen en/of afzuigen onderin de besloten ruimte bij de werkplek);
    • Metingen uitvoeren om te bepalen dat de ruimte veilig is om te betreden.
    • Water dat aanwezig is, bv. in de kruipruimte, dient te worden weggepompt. Aandachtspunt is dat water in combinatie met elektriciteit een verhoogd risico geeft. Zorg dat bij mogelijk contact met verontreinigd water, mestresten e.d. beschermende kleding wordt gedragen: vloeistofdichte kleding, - handschoenen en -laarzen

Neem deze punten op in een werkinstructie, in de werkvergunning en in de voorlichting en instructie voor de betreffende medewerkers.

  • Bij werkzaamheden in een besloten ruimte waarbij een werkvergunning is vereist, omdat er risico is op VBVBE en/of geraakt worden door bewegende delen, beknellingsgevaar en/of valgevaar), wordt een werkvergunningsformulier ingevuld/afgevinkt met de volgende onderdelen:
    • welke metingen met welke apparatuur worden uitgevoerd, hoe (bv op welke hoogte), door wie (bv gasmeetkundige of mangatwacht) en op welk moment (direct voorafgaand aan werkzaamheden); Op basis van een risicoanalyse van de specifieke omstandigheden moeten vooraf de antwoorden op deze vragen door het bedrijf bepaald worden en waar van toepassing vastgelegd worden in een procedure.
    • welke maatregelen worden getroffen tegen verstikking, bedwelming, vergiftiging, elektrocutie, explosie en brand (VBVBE); 
    • welke valbeveiliging wordt toegepast, indien van toepassing;
    • welke persoonlijke beschermingsmiddelen worden gedragen;
    • dat er manwacht aanwezig is en met welke communicatiemiddelen en andere voorzieningen;
    • hoe bedolven en beknelling worden tegengaan;
    • welke overige voorzieningen en maatregelen nodig zijn, bv. welke maatregelen er zijn getroffen om een slachtoffer uit de besloten ruimte te kunnen redden.

Een werkvergunning wordt voor één type werkzaamheid/besloten ruimte afgegeven door een deskundige en daartoe door het bedrijf bevoegde leidinggevende. Een vergunning voor meerdere gelijksoortige ruimten is ook mogelijk. De duur van een werkvergunning wordt in de werkvergunning zelf vastgelegd. De betrokken werknemers, en de persoon die opdracht geeft tot de uitvoering, ondertekenen de ingevulde werkvergunning en beschikken ieder over een ondertekend exemplaar.

Na de werkzaamheden wordt de werkvergunning verder ingevuld. Zo kan bijvoorbeeld na afmelding van alle personen de ruimte worden vrijgegeven. De werkvergunning wordt gearchiveerd.

Het is van belang om een werkvergunning niet alleen toe te passen bij werkzaamheden in besloten ruimten door eigen personeel maar ook door derden.

  • Wanneer er onvoldoende maatregelen getroffen kunnen worden om de gevaarlijke atmosfeer weg te nemen en het toch noodzakelijk is om de ruimte te betreden moeten er aanvullende maatregelen getroffen worden om de werknemer te beschermen:
  • Zorg dat bij werkzaamheden in een besloten ruimte altijd een goed geïnstrueerde mangatwacht aanwezig is, bij aanvang en gedurende de werkzaamheden. Klik hier voor een voorbeeldinstructie mangatwacht. Zie tevens de bijlage
  • Zorg voor de voldoende, adequate communicatiemiddelen (zoals mobiele telefoon, portofoon). Deze communicatiemiddelen worden voor elk gebruik getest.
  • Als kunstlicht in de besloten ruimte met mogelijk explosiegevaar moet worden toegepast (gezoneerde ruimte), mag alleen gebruik gemaakt worden van explosieveilige verlichting. Ook is het vereist om een zaklamp mee te nemen, zodat er bij een stroomstoring nog verlichting aanwezig is.
  • Maak bij mogelijk explosiegevaar voor verlichting en voor werkzaamheden met elektrische apparatuur gebruik van wisselspanning van maximaal 50 volt of gelijkspanning van maximaal 120 volt. Plaats omvormers en veiligheidstrafo’s niet in de besloten ruimte. Bij een tussentijdse stop van de werkzaamheden: alle apparatuur uitzetten en/of veiligstellen.
  • Als er in de besloten ruimte mogelijkerwijs gevaarlijke gassen of dampen aanwezig zijn, zoals bijvoorbeeld in een verdovingsput, moet voor het betreden van die ruimte door metingen vastgesteld zijn dat de concentratie geen gezondheidsgevaren met zich meebrengt. Zie ook de onderstaande eisen m.b.t. het afdalen in een verdovingsput.
  • Plaats plaatselijke afzuiging bij werkzaamheden waarbij schadelijke gassen/dampen kunnen ontstaan zoals bij laswerkzaamheden of afbranden. Daarbij moet de afgezogen lucht andere personen niet in gevaar brengen.
     
  • Zorg dat gasflessen altijd buiten de ruimte met gevaar voor VBVBE worden opgesteld.
     
  • Bij verlaten van de ruimten worden slangen verwijderd of drukloos achtergelaten.
     
  • Bij gebruik van brandbaar gas en zuurstof in ruimten worden maatregelen getroffen tegen het ongewild vrijkomen van gassen.
     
  • Veilige toegang en het veilig betreden en verlaten van de werkplek is geborgd door aanwezigheid van voorzieningen als een vaste (kooi)ladder.
     
  • De voor de werkzaamheden geschikte persoonlijke beschermingsmiddelen worden gebruikt volgens gebruiksaanwijzing.
     
  • Zorg altijd voor een waarschuwingssignalering en bij groot gevaar voor een afsluiting van de ruimte met gevaar VBVBE, waarbij de personen in de ruimte wel tijd moeten hebben om zich in veiligheid te brengen (op veilige wijze de ruimte te verlaten dan wel te ontvluchten).
     
  • Instrueer en train de betrokken medewerkers vooraf, zodat zij goed bekend zijn met de risico’s en maatregelen voor werken in besloten ruimten, ook bij noodsituaties. Speciale aandacht is nodig voor de vereiste PBM’s. Train medewerkers die in besloten ruimten werken ook in het uitvoeren van een Last-Minute-Risico-Analyse (LMRA) op de werkplek. Zij voeren de LMRA uit voordat zij de besloten ruimte betreden.
     
  • Leg een procedure vast voor noodsituaties (gebruik brandblusser, alarmeren hulpdiensten, beschikbaar stellen van hulpmiddelen e.d.). Oefen deze onderdelen van het noodplan regelmatig. Zorg zo nodig voor vereiste blusmiddelen, veiligheidsdouche en/of branddeken in de directe omgeving. Neem in het noodplan ook de maatregelen op die in noodsituaties getroffen moeten worden om de redders te beschermen tegen vergiftiging, bedwelming, verstikking, brand of explosie. Als niet alle bovengenoemde maatregelen worden getroffen om gevaarlijke atmosfeer weg te nemen en het toch noodzakelijk is om de ruimte te betreden, dan is een reddingsteam vereist met onafhankelijke adembescherming. De personen van het reddingsteam beschikken over voorzieningen voor ademlucht en zijn gekeurd en getraind in het optreden bij incidenten en het omgaan met ademlucht. Dit team kan eventueel extern worden ingeschakeld (bv de brandweer) of ingehuurd, mits het in staat is om onmiddellijk op doeltreffende wijze hulp te bieden. Dat betekent dat alleen met een extern reddingsteam kan worden gewerkt als dat een acceptabele aanrijdtijd heeft. En er zijn schriftelijke afspraken gemaakt over periodieke oefeningen en evaluatie, mits de brandweer daarmee instemt. Evaluaties leiden waar nodig tot aanpassing van de afspraken. Als het niet om een nabijgelegen brandweerkazerne gaat maar om een commerciële aanbieder, is er een contract opgesteld waarin ook afspraken zijn gemaakt over aanrijdtijd, deskundigheden, materialen en samenwerking. En ook over beschikbaarheid en bereikbaarheid van het reddingsteam op alle momenten van de dag en in het jaar waarop er gewerkt kan worden in een besloten ruimte met VBVE-gevaar.
  • Werken in besloten ruimten is uitgesloten voor:
    • Jongeren onder de achttien jaar
    • Zwangere medewerksters
    • Mensen met zodanige medische klachten, dat ze extra risico lopen
       

Eisen m.b.t. het afdalen in een verdovingsput

Mede vanwege een mogelijk zuurstoftekort door CO2 en door de grote diepte is het van levensbelang om een zorgvuldige werkvergunningsprocedure op te stellen voor afdalingen in een verdovingsput. Die procedure bevat, als aanvulling op de hierboven genoemde algemene aspecten, minimaal de volgende elementen:

    • Er kan alleen afgedaald worden in een verdovingsput op grond van een volledig ingevulde en goedgekeurde werkvergunning.
    • De afsluiters van de CO2-toevoerleidingen en zijn gesloten en vergrendeld volgens een ‘Lock out Tag out Try out -procedure’. (Zie daarvoor de richtlijn Aanpak Machineveiligheid
    • De elektrische installatie is uitgeschakeld en de werkschakelaars zijn vergrendeld volgens een ‘Lock out Tag out Try out-procedure’.
    • De afzuigventilator is ingeschakeld en de schakelaar is voorzien van een label: ‘Niet uitschakelen’. (Aangezien beneden in de verdovingsput wordt afgezogen, komt schone lucht aan de bovenzijde naar binnen).  
    • Neem in  de werkvergunning ook op hoe om te gaan met de carrousel in noodsituaties.
    • De verdovingsput mag pas betreden worden als op de vaste CO2 meter, die zich boven de put bevindt en die de CO2-waarde op circa 50 centimeter boven de onderkant van de put meet, is af te lezen dat de CO2-concentratie tot de achtergrondwaarde is gedaald.  
    • De verdovingsput kan alleen betreden worden als deze beschikt over een deugdelijke vaste (kooi)ladder. Daarnaast beschikt de betreder van de put over een valharnas met lijn, een veiligheidshelm, handschoenen, veiligheidsschoenen, een wegwerpoverall en een draagbare CO2-meter. Een tweede lijn hangt buiten de kooiladder. Na het verlaten van de kooiladder bevestigt de betreder de tweede vallijn aan zijn harnas en maakt de eerste los. Als de betreder weer in de kooilader gaat, worden de lijnen weer zo gewisseld.
    • De manwacht mag zelf nooit de verdovingsput betreden en beschikt over een telefoon en/of portofoon om bij incidenten anderen te kunnen waarschuwen.
      Er zijn hulpverleners oproepbaar, bv. van de brandweer of van een gespecialiseerd bedrijf in de buurt (afhankelijk van de aanrijdtijd), die in geval van bedwelming of vergiftiging de verdovingsput met ademlucht kunnen betreden. Deze personen beschikken over voorzieningen voor ademlucht en zijn getraind in het optreden bij incidenten en het omgaan met ademlucht.
    • Met het oog op het valgevaar voor de manwacht draagt deze ook een valharnas met lijn.
    • Manwacht en betreder zorgen dat tijdens de werkzaamheden in de verdovingsput de communicatie tussen beiden gewaarborgd is. Communicatie vindt plaats door aanroepen, signalen via de redlijn(en) of telefoon/portofoon.
    • Om na de werkzaamheden de verdovingsput weer in werking te kunnen stellen moet de manwacht eerst 100% zeker zijn dat er zich niemand meer in de verdovingsput bevindt. Het weer in bedrijf nemen van de verdovingsput vindt plaats op grond van een uitgewerkt stappenplan:
  1. Controleer dat niemand meer in de put is.
  2. Sluit de deuren en de luiken van de verdovingsput en vergrendel die met het slot.
  3. Reset de noodstop.
  4. Schakel de afzuigventilator van de verdovingsput uit.
  5. Ontgrendel de afsluiters van de CO2-toevoer en open ze.
  6. Verwijder sloten en labels op werkschakelaars en zet ze in de bedrijfsstand.
  7. Lever de werkvergunning in bij de verstrekker van de opdrachtgever.
     

Eisen ter voorkoming van beknelling en blootstelling aan stoom en/of vloeistoffen

  • Zorg waar nodig voor een goede ‘lock out - tag out – try-out’ procedure, voor borging tegen ongewenste herinschakeling van de in de besloten ruimte aanwezige installaties en van de toevoer van energievormen zoals elektriciteit, stoom e.d.
    Daarmee wordt voorkomen dat tijdens werkzaamheden in een besloten ruimte een ander de installatie of toevoer inschakelt. (zie de richtlijn Aanpak Machineveiligheid
  • Zorg ervoor dat gevaarlijke, uitstekende delen worden verwijderd of afgeschermd. Ga na of obstakels te verplaatsen zijn of kunnen worden omzeild.

Eisen m.b.t. duur van werkzaamheden en afmetingen van kruipruimten

  • Voor kruipruimten die lager zijn dan 60 cm geldt dat de medewerkers aaneengesloten maximaal 1 uur mogen werken. Voor kruipruimten die hoger zijn geldt een maximale werkduur van 1,5 uur. Daarna is een verblijf van minimaal 15 minuten buiten de kruipruimte verplicht. Er kan ook wisselend met een collega gewerkt worden.
  • Voor nieuwe kruipruimten gelden de volgende afmetingen:
  • De minimale maat van een kruipluik is 62x100 cm
  • De minimale hoogte van een kruipruimte is 80 cm
  • De maximale afstand tot een kruipluik is 18 meter
  • Voor bestaande kruipruimten gelden bovenstaande afmetingen als aanbeveling, zij het dat daar de maximale afstand tot een kruipluik 7,5 meter bedraagt bij een hoogte kleiner dan 80 cm.

 

Eisen m.b.t. beperking van valgevaar

Met name als gewerkt moet worden verdovingsputten, bronpompen of waterreservoirs kan er valgevaar optreden.

Waar mogelijk wordt valgevaar voorkomen door het van bovenaf betreden van hoge besloten ruimten zo sterk mogelijk terug te dringen, of door het uit te besteden aan gespecialiseerde bedrijven.

Het terugdringen van het betreden van besloten ruimten met valgevaar kan plaatsvinden:

  • door meetapparatuur buiten de besloten ruimte afleesbaar te maken;
  • door de bediening van eventuele apparatuur ook buiten de besloten ruimte op afstand te kunnen doen;
  • door met goed preventief onderhoud storingen te voorkomen;
  • door het plaatsen van een camera waarvan de beelden  buiten de ruimte zijn te zien.

Het uitbesteden van werkzaamheden in besloten ruimten  komt in de sector regelmatig voor bij het afdalen in silo’s en tanks. Zorg bij het uitbesteden van werkzaamheden in besloten ruimten vooraf voor heldere afspraken met het externe bedrijf over veiligheidsvoorschriften en -voorzieningen.

Voor afdalingen in een verdovingsput zijn hierboven de voorschriften weergegeven om valgevaar te voorkomen. Voor afdalingen in minder diepe besloten ruimten, zoals bronpompen, wordt een losse ladder gebruikt die minstens een meter boven het vloerniveau uitstijgt en zodanig is gepositioneerd dat de onderzijde niet kan wegglijden.  Op grond van een risicoanalyse wordt -waar nodig- wegglijden verder voorkomen met een uitgebogen laddervoet, een laddermat of ladderstoppen.
Bij een valgevaar van 2,5 meter of meer is adequate valbeveiliging verplicht, zoals een harnasgordel. Maar ook bij een valgevaar van minder dan 2,5 meter kan valbeveiliging vereist zijn, gezien de risico-verhogende omstandigheden, zoals uitstekende delen in de besloten ruimte.

Laat u goed adviseren over het juiste type harnasgordel dat past bij de werkzaamheden en zorg dat de betrokken werknemers goed geïnstrueerd zijn over het op de juiste manier aantrekken en aanslaan van de gordel.

Zorg dat redlijnen en andere hulpmiddelen minimaal eens per jaar worden gekeurd. En vaker indien noodzakelijk. Leg de frequentie van de keuring vast, maak de datum van de eerstvolgende keuring zichtbaar en zorg voor een goede registratie van de keuringsbewijzen.

Verder is het zaak om valgevaar van anderen en het vallen van voorwerpen in de besloten ruimte te voorkomen.

 

Bijlage:
Veiligheidsinstructie Mangatwacht

Onderstaande taken dienen slechts als basis en worden zo nodig per besloten ruimte aangepast en aangevuld.

De Mangatwacht:

  • houdt altijd toezicht op de betreder door bij het mangat te staan;
  • houdt contact met de persoon in de besloten ruimte. (Beiden beschikken zo nodig over een telefoon, portofoon of ander communicatiemiddel en testen voorafgaand aan de werkzaamheden de werking ervan ter plaatse);
  • controleert wanneer nodig de ventilatie en gasmeting
  • alarmeert bij een calamiteit (BHV via telefoonnummer …………..)
  • mag onder geen enkele omstandigheid de besloten ruimte betreden;
  • mag onder geen enkele omstandigheid de werkplek verlaten, dan wanneer zich niemand meer in de besloten ruimte bevindt en de ruimte is afgesloten;
  • houdt het werkgebied vrij van obstakels;
  • houdt het werkgebied vrij van onbevoegde personen;
  • ziet er (als van toepassing) op toe dat de ‘lock out - tag out - try out’ procedure goed wordt toegepast, zodat derden de installatie waaraan wordt gewerkt niet inschakelen;
  • assisteert in de vorm van aangeven en aannemen van materialen, maar komt daarbij niet in de besloten ruimte;
  • assisteert in noodgevallen zijn collega bij het verlaten van de besloten ruimte, zonder daarbij zelf in de besloten ruimte te komen;
  • geeft het reddingsteam informatie over het aantal betreders, de aard van de werkzaamheden etc.

 

Zie ook

Zie ook

- Richtlijn Veilig werken met derden
- Richtlijn Alleen werken
- Animatie: Contact met gevaarlijke stoffen in besloten ruimten (RIVM 2021)

 

ContactLouis Braillelaan 80 2719 EK Zoetermeer